Hoe voel je je
nu, Jan?
Kies wat het beste past.
π Goed β goed zo
Hoeveel hunkering
heb je nu?
Schuif naar rechts als het sterker is.
3
Hoe heb je
geslapen?
Gisteravond tot vanochtend.
Kwaliteit
Matig
Slaap heeft veel invloed op hoe je je overdag voelt. Je hoeft niets te veranderen β dit helpt je begeleider begrijpen hoe het gaat.
Hoe snel raak je
vandaag geΓ―rriteerd?
Kleine dingen die anders aan je voorbijgaan.
2
β
Goed gedaan, Jan.
Je check-in is opgeslagen. Terug morgen.
Je hunkering is laag en je stemming is goed. Wat heeft geholpen vandaag?